image1

Nieuws


09-10-2019 Herbruikbaar maken isolatieglas; Studenten Hogeschool Amsterdam zoeken oplossing

Per jaar wordt ruim 100.000 ton glas uit gebouwen gesloopt. De belangrijkste reden voor deze sloop is dat enkel glas en oud isolatieglas de thermische zwakste plekken in de gevel vormen. Met het verwijderen van het oude glas en het vervangen door beter isolerende glaspakketten kan aan de steeds strenger wordende thermische eisen worden voldaan.

Onderzoek hergebruik

75 Procent van het gesloopte glas wordt gerecycled. Het wordt ingezameld, vermalen tot zeer kleine korrels en vormt de grondstof voor verpakkingsmateriaal (flessen en potjes) of voor glaswol. Dit klinkt als een prima proces. Echter, recyclen past slecht binnen de circulaire economie omdat bij recyclen een deel van de initiële kwaliteit van het materiaal verloren gaat. Uit gebouwen afkomstig glas wordt (nog) niet opnieuw tot floatglas versmolten. Bovendien kost recyclen veel energie. Dit is de reden dat de onderzoeksgroep Circulair Bouwen van de Hogeschool van Amsterdam samen met Stolker Glas, Bouwend Nederland en Vlakglas Recycling Nederland een gesubsidieerd onderzoek heeft gedaan naar mogelijkheden om oud isolatieglas te hergebruiken en om isolatieglas demontabel te krijgen.

Restwaarde van belang

Of een product kan worden hergebruikt, hangt af van de restwaarde. Bij isolatieglas is de resterende U-waarde een belangrijk criterium en die is afhankelijk van de kwaliteit van de dichtingen. Zij kan relatief snel en eenvoudig worden bepaald door de resterende hoeveelheid edelgas in de spouw te meten of te bepalen. Is die laag (bijvoorbeeld lager dan 70 %) dan is dat een indicatie dat de seals niet langer voldoende dampdicht zijn. Nu levert het meest gebruikte edelgas in de spouw, argon, een betrekkelijk geringe bijdrage aan de totale isolerende werking van het glas. Echter, het feit dat het is ‘ontsnapt’ en er vermoedelijk waterdamp in de spouw aanwezig is, kan ook betekenen dat de coatings op het glas aangetast zijn of binnenkort gaan worden. De kwaliteit van de coating is wel bepalend voor de restkwaliteit van het glas. Ernstige aantasting van de coating is overigens goed zichtbaar.

Kwaliteit onvoorspelbaar

Het probleem is dat op basis van onderzoek niet kan worden voorspeld wat de restkwaliteit van het glas zal zijn. Matthijs van de Vliet (Peutz) heeft in de afgelopen jaren grote hoeveelheden glas in veel verschillende gebouwen getest en zijn ervaring leert dat resultaten bij het ene gebouw niet veel zeggen over de te verwachten resultaten bij een ander gebouw. Ook al is isolatieglas uit een vergelijkbare periode toegepast. De oriëntatie (zuidwesten is kwetsbaarder door zon- en windbelasting), de hoogte van het glas in het gebouw (grotere windbelasting), maar vooral de zorgvuldigheid van het plaatsen van het glas zijn mede bepalend voor de uiteindelijke restkwaliteit. Deze laatste variabel is niet te voorspellen.

Dit betekent dat om glas te kunnen hergebruiken het eerst getest zal moeten worden op haar restkwaliteit. Als die niet goed is dan lijkt demontage voor de hand te liggen. Er blijven dan twee glasplaten met eventueel coatings en een spacer over. Het glas kan wellicht worden hergebruikt, maar dat is nog niet onderzocht. Als de restwaarde wel veelbelovend is, wil dat niet direct zeggen dat het glas zonder ingrepen opnieuw kan worden toegepast. De thermische kwaliteit is immers niet langer voldoende, dat is (meestal) de reden dat het glas wordt vervangen. Voor hergebruik zal het glas derhalve een upgrade moeten ondergaan om haar aan de nieuwe eisen te laten voldoen.

Vrijdenkende studenten

Om te onderzoeken hoe het oude isolatieglas geüpgrade kan worden en hoe voorkomen kan worden dat met dit verbeterde glas dezelfde fouten worden gemaakt als met traditioneel moeilijk te demonteren glas is op de HvA een driedaagse workshop met negen talentvolle studenten Architectonische Techniek georganiseerd.

De studenten zijn onder meer met ideeën gekomen om ‘achterzet-ramen’ van transparant bio-plastic in plaats van glas te maken om de thermische kwaliteiten te versterken; met verschillende principes om glas te klemmen of om dusdanige lijmsoorten te gebruiken dat demontage gemakkelijker wordt; met losse folies in de spouw in plaats van op het glas aangebrachte lagen coating en wat de thermische voordelen hiervan zouden kunnen zijn; met technieken om de spouw opnieuw te vullen met edelgas en eventueel het verzadigde droogmiddel te vervangen, maar ook is er gezocht naar van uit de natuur afkomstige restmaterialen (bijvoorbeeld garnalenschillen) gefabriceerde, alternatieve ‘glassoorten’.

Zoals dat gaat bij een workshop met tot vrijdenken aangezette 3e- en 4e-jaarsstudenten zijn sommige ideeën wat druistig en rudimentair en dus op dit moment weinig realistisch, andere ideeën zijn wellicht kansrijker. Beide zullen evenwel de komende tijd door ons verder worden onderzocht. Ook de voorstellen die voorlopig niet toepasbaar zijn. 100 Procent circulair bouwen bestaat namelijk nog lang niet en zal de komende jaren ‘uitgevonden’ moeten worden – de nu nog als te wild op ons overkomende ideeën zouden dan wellicht kunnen helpen om dat doel ooit te bereiken.


Terug naar vorige pagina.