image1

Nieuws


25-04-2017 Glasbranche zet zich in voor transitieagenda Bouw

Om ervoor te zorgen dat er in 2050 genoeg te eten is en er voor iedereen noodzakelijke goederen zoals kleding en apparaten zijn, moet onze economie circulair worden. In een circulaire economie bestaat geen afval meer. Dat komt doordat producten efficiënter worden ontworpen en materialen zoveel mogelijk worden hergebruikt. Hiervoor is in september 2016 het Rijksbrede programma Circulaire Economie: 'Nederland Circulair in 2050’ gestart. 

Weg met de wegwerpmaatschappij

In deze circulaire economie verdwijnt het afval zoals we dat nu kennen. Afval is dé nieuwe grondstof. Vrijwel alles dat we straks gebruiken, wordt steeds opnieuw gebruikt. In een circulaire economie stappen we dus af van de lijn ‘produceren, consumeren en daarna weggooien’. We maken de cirkel rond. Zo sparen we behalve onze grondstoffen ook het milieu en dragen we bij aan andere grote uitdagingen van deze tijd, zoals klimaatverandering.

Ambitie en doelen

In het Rijksbrede programma Circulaire Economie: ‘Nederland Circulair in 2050’ schetst het kabinet hoe we onze economie kunnen ombuigen naar een duurzaam gedreven, volledig circulaire economie in 2050. Om dit doel te bereiken moeten we op alle niveaus van onze samenleving actie ondernemen en duidelijke mijlpalen stellen. Het eerste doel is ambitieus maar niet onhaalbaar: 50% minder verbruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030. Deze doelstelling sluit aan bij het ambitieniveau in vergelijkbare landen. Om de doelstellingen van 2030 en 2050 te realiseren, wil het kabinet nog dit jaar komen tot een grondstoffenakkoord met maatschappelijke partners. Samen gaan we de knelpunten verkennen die de realisatie van onze circulaire economie belemmeren en we gaan hiervoor goede oplossingen bedenken.

Drie strategische doelstellingen

Om de huidige Nederlandse economie versneld te veranderen in een circulaire economie, hebben we drie strategische doelstellingen geformuleerd:

  • Grondstoffen in bestaande ketens worden hoogwaardig benut. Deze efficiencyslag kan leiden tot afname van de grondstoffenbehoefte in bestaande ketens.
  • Waar nieuwe grondstoffen nodig zijn, worden fossiele, kritieke en niet duurzaam geproduceerde grondstoffen vervangen door duurzaam geproduceerde, hernieuwbare en algemeen beschikbare grondstoffen. Hiermee maken we onze economie niet alleen toekomstbestendiger, maar ook minder afhankelijk van fossiele bronnen en de import daarvan. Verder blijft ons natuurlijk kapitaal zo behouden.
  • We ontwikkelen nieuwe productiemethodes, gaan nieuwe producten ontwerpen en gaan gebieden anders inrichten. Ook bevorderen we nieuwe manieren van consumeren. Dit leidt tot andere ketens die de gewenste reductie, vervanging en benutting een extra impuls geven.

De overheid draagt haar steentje bij

Om de circulaire economie ruim baan te geven, neemt het kabinet verschillende maatregelen. Zo worden er bijvoorbeeld belemmerende regels en wetten aangepast of weggenomen ten gunste van de circulaire economie en worden ondernemers die grondstoffen besparen ondersteund. De maatregelen zijn gericht op stimulerende wet- en regelgeving, slimme marktprikkels, financiering, kennis en innovatie en internationale samenwerking.

Vijf transitieagenda's

Om de overgang naar een circulaire economie te versnellen is de overheid van plan om vijf zogenoemde transitieagenda’s op te stellen. Hierin hebben de volgende vijf ketens en sectoren de hoogste prioriteit: biomassa en voedsel, kunststoffen, de maakindustrie, de bouw en consumptiegoederen. De Rijksoverheid streeft samen met relevante stakeholders naar een economie waarin we alleen nog duurzaam geproduceerde, hernieuwbare of algemeen beschikbare grondstoffen gebruiken en zo weinig mogelijk afval achterlaten. En we streven er naar dat producten die uiteindelijk toch worden afgedankt, hoogwaardig worden gerecycled en ingezet om nieuwe producten te maken.

Glasbranche zet zich in voor transitieagenda Bouw

De bouw is een belangrijke sector in de Nederlandse economie, goed voor een jaarlijkse productie van 60 miljard euro (bijna 7% van het BNP), een directe werkgelegenheid voor 458.000 mensen (ongeveer 5% van de totale werkgelegenheid) en een aanzienlijke indirecte werkgelegenheid. In deze transitieagenda maken we, waar relevant, onderscheid tussen woningbouw, utiliteitsbouw en de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW sector).

In het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 zijn voor de bouw de volgende set van strategische doelstellingen uitgewerkt:

  • De woning- en utiliteitsbouw en de GWW gebruiken vooral hernieuwbare grondstoffen.
  • Materiaalgebruik is over de hele levensduur van het bouwwerk geoptimaliseerd (waarde behoud, minder kosten, meer hergebruik en minder milieu-impact).
  • De bouw reduceert zoveel mogelijk CO2-emissies, zowel in de productie- en bouwfase als in de gebruiksfase.
  • De bouw is een innovatieve sector die proactief inspeelt op veranderingen in de samenleving en de vraag van markt en consument.

In de transitieagenda selecteren we een aantal projecten met impact die bijdragen aan de versnelling van de transitie. Daarnaast besteden we aandacht aan sociale aspecten zoals werkgelegenheid en scholing, aan kennis- en onderzoeksvragen en aan het wegnemen van financiële belemmeringen en sluiten van circulaire business cases.


Terug naar vorige pagina.